Beide organisaties werken intensief met infrastructuur. Schiphol werkt aan terminals, energievoorziening, vastgoed, wegen en operationele systemen die nodig zijn om een luchthaven draaiende te houden.
NS werkt aan spoor, stations, treinmaterieel en reizigersvoorzieningen.
In beide gevallen werk je dus aan fysieke en digitale infrastructuur, maar in een andere omgeving en met andere uitdagingen.